Ineke Huizing · CC BY 2.0
Gewone paardenbloem
Taraxacum officinale Weber ex F.H.Wigg.
Onkruid voor de één, gratis groente voor de ander. Van jong blad tot geroosterde wortel is de paardenbloem eetbaar, en je vindt hem bijna overal.
Op deze pagina
Plantpaspoort
- Wetenschappelijke naam
- Taraxacum officinale Weber ex F.H.Wigg.
- Familie
- Composietenfamilie
- Levenscyclus
- Overblijvend
- Groeivorm
- Kruid
- Hoogte
- 10–30 cm
- Status
- Inheems
- Rode lijst
- Thans niet bedreigd
- Bescherming
- Niet beschermd
Beschrijving
Iedereen kent hem, bijna niemand zaait hem. Dat doet de paardenbloem zelf wel.
Is het eigenlijk één plant? Niet helemaal. Paardenbloemen maken zaad zonder bevruchting, dus elk zaadje groeit uit tot een kloon van de moederplant. Daardoor zijn er honderden nauwelijks van elkaar te onderscheiden microsoorten ontstaan. In Nederland zijn er zo'n 250 met zekerheid bekend. Wat wij "de paardenbloem" noemen is dus een hele groep, die botanici samenvatten onder Taraxacum officinale.
Voor de keuken maakt dat niet uit. Van het jonge blad tot de geroosterde wortel is de plant eetbaar. Ik maak siroop en thee van het blad en de bloemblaadjes, en ik droog en rooster de wortels: voor thee, of fijngemalen als vervanger van koffie.
Pluk alleen waar het schoon is. Dus niet langs drukke wegen, en niet waar honden worden uitgelaten. Ik pluk bewust op plekken waar ik met mijn eigen hond nooit kom. Om redenen die geen uitleg nodig hebben.
En die pluizenbol? Die blaas ik nog steeds weg. Sommige dingen ontgroei je niet.
Herkenning
- Blad: alleen in een rozet vlak boven de grond, met diep ingesneden lobben die vaak naar achteren wijzen.
- Bloemsteel: hol, onvertakt en zonder blad, met één bloemhoofdje bovenaan.
- Melksap: breek een steel of blad en er komt wit melksap uit.
- Bloemhoofdje: helemaal geel en alleen opgebouwd uit lintbloemen. Het gaat open in de zon en sluit 's avonds en bij regen.
- Pluizenbol: na de bloei een bol van zaadjes, elk met een eigen pluisje.
Lijkt op andere gele composieten, zoals biggenkruid, leeuwentand en streepzaad. Die hebben vaak een vertakte of beblaarde steel, of meerdere hoofdjes per steel. Een paardenbloem draagt één hoofdje op een holle, kale steel.
Onderdelen
Blad
Het jonge blad is het lekkerst: vroeg in het voorjaar, voor de bloei. Hoe ouder het blad, hoe bitterder.
Wil je het milder? Zet een omgekeerde bloempot over de plant. Het blad groeit dan in het donker, blijft bleek en wordt minder bitter. Dat heet molsla, naar het blad dat van nature bleek blijft onder een molshoop.
Bloem
Ik gebruik de bloemblaadjes voor siroop en thee. Ze kunnen ook rauw door een salade. Pluk op een zonnige dag, als de hoofdjes open staan: bij regen en 's avonds gaan ze dicht.
Wortel
Een stevige penwortel die diep de grond in gaat. Uitgraven, schoonmaken, drogen en roosteren, en je hebt een basis voor thee. Fijngemalen is het een koffievervanger. Echte koffie wordt het niet, en cafeïne zit er ook niet in.
Wortels uit het voorjaar zijn milder, wortels uit de herfst voller en bitterder.
Zaad
Elk zaadje is een klein nootje met een eigen pluisje dat werkt als parachute. Samen vormen ze de bekende pluizenbol, en de wind doet de rest. Of jij, als je blaast.
Sap
Stengel, blad en wortel bevatten wit melksap. Het is kleverig en geeft bruine vlekken op je vingers.
Namen
Volksnaam
- Paardenbloem
Volkskundig
- Beddenpisser Verwijst naar de plasbevorderende werking die de plant van oudsher werd toegeschreven.
- Varkensbloem
- Konijnenbladen
Officieel
- Dandelion Van het Franse *dent de lion*, leeuwentand, naar de getande bladranden.
Jaarkalender
- Bloei: april t/m mei
- Oogst, Blad: maart t/m mei
- Oogst, Bloem: april t/m mei
- Oogst, Wortel: maart t/m april
- Oogst, Wortel: september t/m november